FAQ

Groene stroom

Wat is groene stroom volgens Greenpeace?

Groene stroom is elektriciteit die geproduceerd wordt op basis van hernieuwbare energiebronnen, zo luidt de klassieke definitie. Dit sluit de productie van elektriciteit op basis van fossiele brandstoffen en kernenergie uit. Om echt groen te zijn, moet hernieuwbare energie echter ook duurzaam gebruikt worden. Een voorbeeld: bomen die gebruikt worden voor de productie van houtpellets kunnen opnieuw aangeplant worden, maar dat maakt het gebruik ervan nog niet duurzaam (zie hierover meer verder in deze FAQ). Andere energiebronnen zoals aardgas zijn dan weer niet hernieuwbaar, maar zijn op dit moment wel nodig om te kunnen omschakelen naar een toekomst op basis van hernieuwbare energie. Deze bronnen krijgen een neutrale score in ons klassement.

Ik heb een contract voor groene stroom afgesloten. Is de elektriciteit uit mijn stopcontact dan groen?

De elektriciteit die uit het stopcontact komt is voor iedereen dezelfde, ongeacht het contract of de leverancier. Alle producenten plaatsen hun elektriciteit namelijk op hetzelfde net. In België wordt de hoeveelheid elektriciteit geproduceerd uit hernieuwbare bronnen geschat op ongeveer 10% (exclusief biomassa).

Mijn leverancier biedt een contract “100% groene stroom” aan. Hoe zeker ben ik dat dit ook echt hernieuwbare energie is?

Het kan als een cliché klinken, maar de vlag dekt ook hier niet altijd de lading. Dankzij garanties van oorsprong (GOs) kan een leverancier immers op goedkope manier nucleaire of fossiele elektriciteit ‘groenwassen’ en aanbieden als 100% groene stroom, zonder dat dit ook maar één extra zonnepaneel of windmolen oplevert. Deze GOs tellen daarom maar voor 15% van de totale score van een leverancier in ons klassement. Voor een beter zicht op de herkomst en duurzaamheid van jouw elektriciteit kun je er de fiche van je leverancier op naslaan. Onder ‘Productiecapaciteit’ en ‘Aankoop’ vind je terug hoeveel echt groene stroom je leverancier zelf produceert of aankoopt, zonder gebruik van misleidende GOs.

Is elektriciteit van leveranciers met 2 of 3 zonnetjes altijd duurder?

Neen, dat is een mythe. Ook de leveranciers met de beste score bieden vaak scherpe prijzen. Een vergelijking van de prijzen biedt natuurlijk een momentopname, waarbij tijdelijke promoties of speciale tarieven een ander resultaat kunnen geven – net zoals de prijs van je huidige contract mee bepaalt of je goedkoper af bent bij een leverancier met een betere score. Sinds de liberalisering van de elektriciteitsmarkt in 2003, zijn groene leveranciers echter niet duurder dan andere. Dankzij de ingebouwde prijsvergelijker krijg je meteen een overzicht van de verhouding prijs-duurzaamheid die het best bij jou past.

Vergelijk de prijzen

Hoe kunnen we de ontwikkeling van groene stroom versnellen?

Na de klimaattop in Parijs wordt steeds duidelijker dat we de omschakeling naar hernieuwbare energie nog moeten versnellen. De belangrijkste steun hiervoor moet van de overheid komen. Hernieuwbare bronnen zoals wind en zon zijn intussen zo sterk in prijs gedaald, dat ze amper nog subsidies nodig hebben (voor kleine zonne-installaties zijn er zelfs geen subsidies meer). Maar door het vertragen van de kernuitstap en het subsidiëren van biomassa, zaait de overheid twijfel over onze energietoekomst – terwijl een duidelijke keuze voor hernieuwbaar zou zorgen voor investeringszekerheid.

De consument speelt natuurlijk ook een rol, door te kiezen voor echt groene stroom. Het huidige systeem met garanties van oorsprong (GOs) biedt echter onvoldoende informatie om deze keuze te maken, waardoor de verbruiker zijn ondersteunende rol niet kan spelen. Met dit klassement wil Greenpeace tonen welke bedrijven hernieuwbare energie produceren en welke daar ook actief in investeren. Ook dat laatste is enorm belangrijk voor onze energietoekomst.

k heb een ‘100% groen’-contract afgesloten bij een leverancier die slecht scoort in jullie klassement. Moet ik van leverancier veranderen?

Belangrijker dan de naam van het contract, is wat een leverancier met het geld van je maandelijkse factuur doet. Een leverancier met 2-3 zonnetjes investeert hiervan een (zeer) groot deel in bijkomende hernieuwbare capaciteit. Een contract voor groene stroom bij een dergelijke leverancier is dus goed voor het klimaat. Scoort je leverancier daarentegen slechts 0-1 zonnetjes, dan kun je beter veranderen, ongeacht de naam van je contract.

Waarom maken jullie niet ook een klassement voor gasleveranciers? Is er dan niet zoiets als groen gas?

In tegenstelling tot elektriciteit, is de productie van gas veel eenvormiger. Een uitzondering is schaliegas, dat onder meer door de grotere uitstoot van methaan een veel zwaardere klimaatimpact heeft. Investeringen in schaliegasontginning (in bijvoorbeeld de VS) worden daarom bestraft in dit klassement, maar momenteel wordt dit gas nog niet verkocht in de Europese Unie. ‘Groen’ gas is met andere woorden gewoon aardgas dat wordt groengewassen met garanties van oorsprong (GOs). Ook hier is dus belangrijk wat een leverancier met het geld van je maandelijkse gasfactuur doet. In het klassement vind je bij elke leverancier of ze naast elektriciteit ook gas leveren. Wij raden aan om gas te kopen bij een leverancier die hoog scoort in het stroomklassement. Het is trouwens niet nodig om dezelfde leverancier te hebben voor gas en elektriciteit. Zo kun je dus overstappen op een groenere stroomleverancier ook als die geen gas levert.

Waarom krijgt biomassa zo’n lage duurzaamheidsscore?

Biomassa is een enorm diverse energiebron, gaande van rioolslib over landbouwafval tot houtpellets uit gezonde bomen. Ook de herkomst van de biomassa (en de impact op de lokale biodiversiteit) en de installatie waarin die verbrand wordt (denk maar aan efficiëntie, of uitstoot van schadelijke stoffen) is van groot belang. Tot slot moet ook worden nagegaan of de grondstof voor de biomassa niet op een betere manier had kunnen worden gebruikt (bijvoorbeeld meubelen in plaats van houtpellets in het geval van bomen). De onzekerheid die er vaak is over de bronnen van de biomassa, leidt ertoe dat deze energiebron minder hoog scoort dan bijvoorbeeld zonne- of windenergie.

In dit klassement maken wij onder meer onderscheid tussen kleine centrales met lokale bevoorrading van bijvoorbeeld (hout)afval en warmterecuperatie, die een vrij hoge score krijgen; en grote centrales met aanvoer van gezond hout van buiten Europa die enkel elektriciteit produceren, en die een lage score krijgen. Door het overzeese transport van houtpellets en de decennia die het duurt vooraleer de bij verbranding uitgestootte CO2 weer wordt opgenomen door nieuwe bomen, komt de klimaatlast van dergelijke grote centrales zelfs in de buurt van een steenkoolcentrale. Andere centrales gebruiken zeer kwalitatieve feedstock, maar het voorbeeld van Trevion (zie fiche) toont aan dat de methodologie van dit klassement in dit opzicht nog kan worden verfijnd.

Voor meer informatie over het gebruik van biomassa voor de productie van elektriciteit kun je ons rapport ‘Grenzen aan biomassa in België’ lezen.

Waarom is kernenergie geen groene stroom?

De productie van elektriciteit in de kerncentrale zelf stoot betrekkelijk weinig CO2 uit. Daarom wordt soms beweerd dat kernenergie een CO2-arme energie is. Wanneer echter alle stappen van de nucleaire keten – van de ontginning en verrijking van uranium tot de opslag van kernafval en ontmanteling van de centrales – wordt meegerekend, stoot kernenergie een stuk meer CO2 uit dan hernieuwbare bronnen zoals zonne- of windenergie. Bovendien zijn er nog tal van andere redenen waarom kernenergie niet duurzaam is, zoals het eeuwigdurende afvalprobleem waarvoor nog steeds geen oplossing bestaat.

Is een toekomst met 100% hernieuwbare energie mogelijk in België?

In de studie Our Energy Future tekenden we een Belgisch energiescenario met 54% groene stroom in 2030 uit, in lijn voor 100% hernieuwbaar tegen 2050. Een volledig duurzame energievoorziening is dus nog niet voor morgen, maar we moeten wel vandaag al beginnen. Naast inspanningen op het vlak van energie-efficiëntie zijn er stevige investeringen in de ontwikkeling van hernieuwbare energie nodig. Door te kiezen voor een leverancier die volop investeert in extra hernieuwbare capaciteit, kun jij hier ook aan bijdragen. Wanneer we onze eigen productiecapaciteit ook nog eens verbinden met bijvoorbeeld zonnepanelen in Spanje en windmolens in Denemarken, kan dit Europees energienet productiedalingen in de ene regio opvangen met overschotten elders op het continent. Zo blijft ook zonder kern- of fossiele energie het licht overal branden.

Methodologie

Waarom stelt Greenpeace dit klassement van stroomleveranciers op?

Met dit klassement wil Greenpeace consumenten helpen een onderbouwde keuze te maken voor een echt groene stroomleverancier. Sinds de liberalisering van de energiemarkt is het aantal leveranciers sterk gestegen. Vele bieden intussen ook contracten voor 100% groene stroom aan. Dankzij de regionale regelgeving kunnen ze hiervoor echter gebruik maken van garanties van oorsprong (GOs) om vervuilende nucleaire of fossiele energie aan te bieden onder een groene noemer. Greenpeace wil de consument helpen het onderscheid te maken tussen deze leveranciers die weinig bijdragen aan de ontwikkeling van hernieuwbare energie en andere die echt groene stroom produceren en verkopen.

Hoe worden de scores van de leveranciers berekend?

Dit klassement maakt voor elke leverancier een balans tussen de eigen productie, de aankoop van stroom (op de markt of rechtstreeks bij een producent) en de investeringen in de ontwikkeling van nieuwe productiecapaciteit. Dit laatste is belangrijk voor de richting die bedrijven de komende jaren willen uitgaan. Voor deze berekeningen gebruikten we gegevens uit de databases van Enerdata (productiecapaciteit) en energieregulator VREG (meest recente en gedetailleerde data over de garanties van oorsprong), maar ook informatie van de leveranciers zelf of hun websites (investeringen).

Meer informatie over de berekeningen achter de scores vind je in de methodologie.

Waarom beoordeelt het klassement de volledige bedrijfsgroep, en niet enkel de stroomleverancier actief in België?

De vraag die al jaren aan de basis van het Greenpeace-klassement ligt, is “Leidt mijn contract tot extra hernieuwbare productiecapaciteit?” Hiervoor moeten we kijken waar de winst van de leverancier naartoe gaat en waar de investeringsbeslissingen worden genomen. Bij een (multinationale) groep is dat doorgaans op de hoofdzetel. Gezien de evolutie van het energielandschap richting concentratie in grotere groepen met verschillende consumentenmerken die als onafhankelijk in de markt worden gezet, kan dit soms voor verwarring zorgen bij de consument. Zo zijn ook de grootste Belgische leveranciers overgenomen door Europese spelers (Electrabel door Engie; Luminus door EDF; Nuon door ENI; Essent door RWE; en recent Lampiris door Total).

Wat betekenen de zonnetjes en het advies van Greenpeace?

Het doel van dit klassement is een duidelijk advies geven over de verschillende leveranciers. Omdat er de laatste jaren ook steeds meer leveranciers actief worden op de Belgische markt, kiezen we ervoor om ze, op basis van hun score, te groeperen in vier categorieën, die elk een eigen Greenpeace-score krijgen:

3 zonnetjes: “Sterk aanbevolen”. Deze leveranciers scoren minstens 18 op 20 én zijn lid van Rescoop, de Europese federatie van coöperaties voor hernieuwbare energie en energie-efficiëntie (ook Wase Wind voldoet volgens Greenpeace voldoende aan de criteria voor burgerparticipatie).

2 zonnetjes: “Aanbevolen”. Deze leveranciers scoren minstens 14 op 20.

1 zonnetje: “Kan beter”. Deze leveranciers scoren minstens 5 op 20.

0 zonnetjes: “Afgeraden”. Deze leveranciers scoren minder dan 5 op 20 of krijgen een rode kaart voor investeringen die na de klimaattop in Parijs absoluut niet meer door de beugel kunnen. Deze omvatten investeringen in kernenergie (levensduurverlenging of de bouw van nieuwe reactoren), nieuwe steenkoolcentrales, ontginning van schaliegas of teerzandolie, en olie- en gasboringen op de Noordpool.

Wat is er veranderd in vergelijking met het vorige klassement uit 2014?

Het energielandschap in België ziet er sinds eind 2014 een stuk anders uit, maar de grootste impact komt van de klimaattop die eind 2015 in Parijs plaatsvond. Daar werd afgesproken de opwarming van de aarde te beperken tot 2°C – maar liever nog tot slechts 1,5°C. We zullen dus een stuk ambitieuzer moeten zijn op het vlak van energie-efficiëntie, uitfaseren van vervuilende energie en ontwikkeling van hernieuwbare energie. Voor ons klassement betekent dit dat 1. sommige energiebronnen een slechtere score krijgen (het volledige overzicht vind je in de methodologie); 2. we meer investeringen verwachten van leveranciers in hernieuwbare productiecapaciteit; en 3. we de garanties van oorsprong nog strenger analyseren. Het louter doorschuiven van bestaande productie kan niet langer volstaan, elke leverancier moet zijn steentje bijdragen aan de omschakeling naar 100% hernieuwbare energie – vandaar dat ook coöperaties waarin burgers kunnen deelnemen aan deze transitie positief beoordeeld worden.

Resultaten

Wat leert het Greenpeace-klassement ons over het energielandschap in België?

Sinds de publicatie van het vorige klassement eind 2014, zagen zeven leveranciers het levenslicht. Hieronder verschillende traders, die zogenaamd ‘groene stroom’ verkopen door hun energieaankopen te vergroenen met garanties van oorsprong. Andere leveranciers investeren wel in extra hernieuwbare capaciteit in binnen- en buitenland. Dit zijn niet enkel de coöperaties, maar ook producenten als Eneco en Mega. Ook bij de grote multinationale groepen zien we een beweging richting investeringen in hernieuwbare energie, maar deze zijn nog onvoldoende ambitieus in vergelijking met de enorme investeringen door deze spelers in fossiele en kernenergie.

Door te kiezen voor een leveranciers met een goede score in het Greenpeace-klassement kunnen consumenten een duidelijk signaal sturen naar de elektriciteitsmarkt – en dit met slechts enkele muisklikken en zonder bijkomende kosten. Samen kunnen we blijven bouwen aan een groenere en meer democratische elektriciteitssector.

Waarom krijgen enkel coöperaties die lid zijn van REScoop de beste zonnescore?

Coöperaties met inbreng van burgers bieden een interessant alternatief voor grote energiebedrijven: de besluitvorming is er transparanter, ze investeren een groter deel van hun inkomsten in hernieuwbare capaciteit en dankzij de dialoog met omwonenden is er een betere aanvaarding van hernieuwbare energiebronnen. Bovendien kunnen deelnemende burgers zo ook financieel profiteren van de transitie naar een duurzame energietoekomst. Greenpeace gebruikt hiervoor de principes voor onder meer burgerparticipatie die REScoop, de Europese federatie voor hernieuwbare energiecoöperaties op Europees niveau heeft ontwikkeld. Na gesprekken met Wase Wind hebben we besloten om ook deze coöperatie het maximum van 3 zonnetjes te geven, ook al zijn ze geen lid van REScoop.

Waarom is Lampiris zo sterk gedaald in vergelijking met het vorige Greenpeace-klassement?

De voorbije jaren scoorde Lampiris vrij goed in de opeenvolgende edities van het klassement. Eerder dit jaar werd het bedrijf echter overgenomen door het Franse Total, ‘s werelds vierde grootste olie- en gasproducent. Een goede deal voor Total, maar niet voor Lampiris’ plaats in het klassement: door de groepsbenadering vallen de nieuwe investeringen in enkele windmolens in het niet bij de enorme investeringen van Total in fossiele brandstoffen. Bovendien investeert de groep in de ontginning van schaliegas en teerzandolie, en betaalt het Gazprom om te boren op de Noordpool – allemaal rode kaarten waardoor Total/Lampiris in de slechtste groep terechtkomt.

Waarom staan de grootste leveranciers onderaan het Greenpeace-klassement?

Ook na de klimaattop in Parijs maken veel grote Europese producenten maar weinig aanstalten om hun productie te vergroenen en zo het klimaatprobleem aan te pakken. Dit heeft uiteraard een invloed op de Belgische markt, want Europese spelers als Engie (Electrabel), EDF (Luminus), Eni (Nuon), Essent (RWE) en Total (Lampiris) zijn ook bij ons actief. Sommige investeren in hernieuwbare capaciteit, maar hun investeringen in vervuilende energiebronnen zijn nog steeds vele malen groter. Waar ze tot voor kort weifelend (internationaal) beleid met de vinger konden wijzen, is sinds Parijs duidelijk dat het tijdperk van fossiele energie op zijn einde loopt. Ook deze grote bedrijven moeten zich nu volop inzetten voor een duurzame energietoekomst.

Wel zien we hoe grotere leveranciers steeds meer energiediensten aanbieden (zoals de recente aankondiging van Engie Electrabel om zonnepanelen bij particulieren te plaatsen en onderhouden) en hun klanten aanzetten om efficiënter om te springen met energie. Bovendien zijn er belangrijke verschillen tussen deze grote spelers: RWE investeert bijvoorbeeld zeer fors in hernieuwbare energie en heeft bijna alle investeringen in steenkool en kernenergie stopgezet.

Waarom zijn sommige leveranciers niet opgenomen in het Greenpeace-klassement?

Voor deze editie van het klassement werden de gegevens over stroomproductie, – aankopen en investeringen in 2015 gebruikt. Voor leveranciers die, zoals Klinkenberg, pas in de loop van 2015 met de levering van elektriciteit aan particulieren zijn begonnen, beschikken we dus nog niet over voldoende relevante cijfers. Enovos levert in België dan weer enkel aan professionele klanten. Deze leveranciers zullen worden geëvalueerd en opgenomen in de eerstvolgende update van het klassement.

Waarom krijgt Energie 2030 slechts 2 zonnetjes, terwijl het wel 20/20 scoort?

Om 3 zonnetjes te krijgen, moet een leverancier aan twee voorwaarden voldoen: minstens 18/20 scoren én een coöperatie zijn die lid is van REScoop. Energie 2030 is in feite twee bedrijven, namelijk de stroomproducent Energie 2030 (die wel een coöperatie is) en de stroomleverancier Energie 2030 Agence NV. Aangezien dit klassement enkel de leveranciers beoordeelt, krijgt deze laatste dus ‘slechts’ 2 zonnetjes. Maar het belangrijkste is dat deze leverancier 20/20 scoort en dus een perfecte keuze is voor echt groene stroom. Meer informatie vind je in de fiche van Energie 2030.

Krijgt Greenpeace een commissie van de leverancier wanneer ik overstap?

Greenpeace is 100% onafhankelijk en krijgt dus geen enkele commissie of andere financiële vergoeding van de leveranciers in ons klassement – ongeacht hun score. Het klassement is gebaseerd op objectieve cijfers, ook al verkiezen we uiteraard de leveranciers die investeren in echt groene stroom. Voor de vergelijking van de prijzen werken we samen met Energie-vergelijker.be, een door de Creg erkende prijsvergelijker die zijn eigen afspraken heeft met de leveranciers. De resultaten van de prijsvergelijker worden eerst op basis van het Greenpeace-klassement en vervolgens op prijs gerangschikt.