FAQ

Groene stroom

Wat is groene stroom volgens Greenpeace?

Groene stroom is elektriciteit die geproduceerd wordt op basis van hernieuwbare energiebronnen, zo luidt de klassieke definitie. Dit sluit de productie van elektriciteit op basis van fossiele brandstoffen en kernenergie uit. Om echt groen te zijn, moet hernieuwbare energie echter ook duurzaam gebruikt worden. Een voorbeeld: bomen die gebruikt worden voor de productie van houtpellets kunnen opnieuw aangeplant worden, maar dat maakt het gebruik ervan nog niet duurzaam (zie hierover meer verder in deze FAQ). Andere energiebronnen zoals aardgas zijn dan weer niet hernieuwbaar, maar zijn op dit moment wel nodig om te kunnen omschakelen naar een toekomst op basis van hernieuwbare energie. Deze bronnen krijgen een neutrale score in ons klassement.

Ik heb een contract voor groene stroom afgesloten. Is de elektriciteit uit mijn stopcontact dan groen?

De elektriciteit die uit het stopcontact komt is voor iedereen dezelfde, ongeacht het contract of de leverancier. Alle producenten plaatsen hun elektriciteit namelijk op hetzelfde net. In 2016 was ruim 10% van de in België geproduceerde elektriciteit afkomstig van wind- en zonne-energie.

Mijn leverancier biedt een contract “100% groene stroom” aan. Hoe zeker ben ik dat dit ook echt hernieuwbare energie is?

Het kan als een cliché klinken, maar de vlag dekt ook hier niet altijd de lading. Dankzij garanties van oorsprong (GOs) kan een leverancier immers op goedkope manier nucleaire of fossiele elektriciteit ‘groenwassen’ en aanbieden als 100% groene stroom, zonder dat dit ook maar één extra zonnepaneel of windmolen oplevert. Deze GOs tellen daarom maar voor 15% van de totale score van een leverancier in ons klassement. Voor een beter zicht op de herkomst en duurzaamheid van jouw elektriciteit kun je er de fiche van je leverancier op naslaan. Onder ‘Productiecapaciteit’ en ‘Aankoop’ vind je terug hoeveel echt groene stroom je leverancier zelf produceert of aankoopt, zonder gebruik van misleidende GOs.

Is elektriciteit van leveranciers met 3 of 4 zonnetjes duurder?

Neen, dat is een mythe. Ook de leveranciers met de beste score bieden vaak scherpe prijzen. Een vergelijking van de prijzen biedt natuurlijk een momentopname, waarbij tijdelijke promoties of speciale tarieven een ander resultaat kunnen geven – net zoals de prijs van je huidige contract mee bepaalt of je goedkoper af bent bij een leverancier met een betere score. Sinds de liberalisering van de elektriciteitsmarkt in 2003, zijn groene leveranciers echter niet duurder dan andere. Dankzij de ingebouwde prijsvergelijker krijg je meteen een overzicht van de verhouding prijs-duurzaamheid die het best bij jou past.

Vergelijk de prijzen

Hoe kunnen we de ontwikkeling van groene stroom versnellen?

Na de klimaattop in Parijs wordt steeds duidelijker dat we de omschakeling naar hernieuwbare energie nog moeten versnellen. De belangrijkste steun hiervoor moet van de overheid komen. Hernieuwbare bronnen zoals wind en zon zijn intussen zo sterk in prijs gedaald, dat ze amper nog subsidies nodig hebben. Maar door het vertragen van de kernuitstap, zaait de overheid twijfel over onze energietoekomst – terwijl een duidelijke keuze voor hernieuwbaar zou zorgen voor investeringszekerheid.

De consument speelt natuurlijk ook een rol, door te kiezen voor echt groene stroom. Het huidige systeem met garanties van oorsprong (GOs) biedt echter onvoldoende informatie om deze keuze te maken, waardoor de verbruiker zijn ondersteunende rol niet kan spelen. Met dit klassement wil Greenpeace tonen welke bedrijven hernieuwbare energie produceren en welke daar ook actief in investeren. Ook dat laatste is enorm belangrijk voor onze energietoekomst.

k heb een ‘100% groen’-contract afgesloten bij een leverancier die slecht scoort in jullie klassement. Moet ik van leverancier veranderen?

Belangrijker dan de naam van het contract, is wat een leverancier met het geld van je maandelijkse factuur doet. Een leverancier met 3-4 zonnetjes investeert hiervan een (zeer) groot deel in bijkomende hernieuwbare capaciteit. Een contract voor groene stroom bij een dergelijke leverancier is dus goed voor het klimaat. Scoort je leverancier daarentegen slechts 0-1 zonnetjes, dan kun je beter veranderen, ongeacht de naam van je contract.

Waarom maken jullie niet ook een klassement voor gasleveranciers? Is er dan niet zoiets als groen gas?

In tegenstelling tot elektriciteit, is de productie van gas veel eenvormiger. Een uitzondering is schaliegas, dat onder meer door de grotere uitstoot van methaan een veel zwaardere klimaatimpact heeft. Investeringen in schaliegasontginning (in bijvoorbeeld de VS) worden daarom bestraft in dit klassement, maar momenteel wordt dit gas nog niet verkocht in de Europese Unie. ‘Groen’ gas is met andere woorden gewoon aardgas dat wordt groengewassen met garanties van oorsprong (GOs). Ook hier is dus belangrijk wat een leverancier met het geld van je maandelijkse gasfactuur doet.

In het klassement vind je bij elke leverancier of ze naast elektriciteit ook gas leveren. Wij raden aan om gas te kopen bij een leverancier die hoog scoort in het stroomklassement. Het is trouwens niet nodig om dezelfde leverancier te hebben voor gas en elektriciteit. Zo kun je dus overstappen op een groenere stroomleverancier ook als die geen gas levert. Let op: deze leveranciers worden niet weergegeven wanneer je in de prijsvergelijker zoekt naar een aanbod voor zowel elektriciteit als gas (dual offer).

Waarom krijgt biomassa zo’n lage duurzaamheidsscore?

Biomassa is een enorm diverse energiebron, gaande van rioolslib over landbouwafval tot houtpellets uit gezonde bomen. Ook de herkomst van de biomassa (en de impact op de lokale biodiversiteit) en de installatie waarin die verbrand wordt (denk maar aan efficiëntie, of uitstoot van schadelijke stoffen) is van groot belang. Tot slot moet ook worden nagegaan of de grondstof voor de biomassa niet op een betere manier had kunnen worden gebruikt (bijvoorbeeld meubelen in plaats van houtpellets in het geval van bomen). De onzekerheid die er vaak is over de bronnen van de biomassa, leidt ertoe dat deze energiebron minder hoog scoort dan bijvoorbeeld zonne- of windenergie.

In dit klassement maken wij onder meer onderscheid tussen kleine centrales met lokale bevoorrading van bijvoorbeeld (hout)afval en warmterecuperatie, die een vrij hoge score krijgen; en grote centrales met aanvoer van gezond hout van buiten Europa die enkel elektriciteit produceren, en die een lage score krijgen. Door het overzeese transport van houtpellets en de decennia die het duurt vooraleer de bij verbranding uitgestootte CO2 weer wordt opgenomen door nieuwe bomen, komt de klimaatlast van dergelijke grote centrales zelfs in de buurt van een steenkoolcentrale.

Andere centrales gebruiken zeer kwalitatieve feedstock, of maken gebruik van methaan dat vrijkomt bij de vergisting van organisch afval. Aangezien dit methaan een veel hoger broeikaseffect op korte termijn heeft dan CO2, beschouwen we deze technologie als positief voor het klimaat en geven we ze dus sinds dit jaar een hoge score.

Voor meer informatie over het gebruik van biomassa voor de productie van elektriciteit kun je ons rapport ‘Grenzen aan biomassa in België’ lezen.

Waarom is kernenergie geen groene stroom?

De productie van elektriciteit in de kerncentrale zelf stoot betrekkelijk weinig CO2 uit. Daarom wordt soms beweerd dat kernenergie een CO2-arme energie is. Wanneer echter alle stappen van de nucleaire keten – van de ontginning en verrijking van uranium tot de opslag van kernafval en ontmanteling van de centrales – wordt meegerekend, stoot kernenergie een stuk meer CO2 uit dan hernieuwbare bronnen zoals zonne- of windenergie. Bovendien zijn er nog tal van andere redenen waarom kernenergie niet duurzaam is, zoals het eeuwigdurende afvalprobleem waarvoor nog steeds geen oplossing bestaat.

Is een toekomst met 100% hernieuwbare energie mogelijk in België?

In de studie Our Energy Future tekenden we een Belgisch energiescenario met 54% groene stroom in 2030 uit, in lijn voor 100% hernieuwbaar tegen 2050. Een volledig duurzame energievoorziening is dus nog niet voor morgen, maar we moeten wel vandaag al beginnen. Naast inspanningen op het vlak van energie-efficiëntie zijn er stevige investeringen in de ontwikkeling van hernieuwbare energie nodig. Door te kiezen voor een leverancier die volop investeert in extra hernieuwbare capaciteit, kun jij hier ook aan bijdragen. Wanneer we onze eigen productiecapaciteit ook nog eens verbinden met bijvoorbeeld zonnepanelen in Spanje en windmolens in Denemarken, kan dit Europees energienet productiedalingen in de ene regio opvangen met overschotten elders op het continent. Zo blijft ook zonder kern- of fossiele energie het licht overal branden.

Methodologie

Waarom stelt Greenpeace dit klassement van stroomleveranciers op?

Met dit klassement wil Greenpeace consumenten helpen een onderbouwde keuze te maken voor een echt groene stroomleverancier. Sinds de liberalisering van de energiemarkt is het aantal leveranciers sterk gestegen. Vele bieden intussen ook contracten voor 100% groene stroom aan. Dankzij de regionale regelgeving kunnen ze hiervoor echter gebruik maken van garanties van oorsprong (GOs) om vervuilende nucleaire of fossiele energie aan te bieden onder een groene noemer. Greenpeace wil de consument helpen het onderscheid te maken tussen deze leveranciers die weinig bijdragen aan de ontwikkeling van hernieuwbare energie en andere die echt groene stroom produceren en verkopen.

Hoe worden de scores van de leveranciers berekend?

Dit klassement maakt voor elke leverancier een balans tussen de eigen productie, de aankoop van stroom (op de markt of rechtstreeks bij een producent) en de investeringen in de ontwikkeling van nieuwe productiecapaciteit (of het definitief sluiten van vervuilende capaciteit). Dit laatste is belangrijk voor de richting die bedrijven de komende jaren willen uitgaan. Voor deze berekeningen gebruikten we gegevens uit de databases van Enerdata (productiecapaciteit) en energieregulator VREG (meest recente en gedetailleerde data over de garanties van oorsprong), maar ook informatie van de leveranciers zelf of hun websites (investeringen).

Meer informatie over de berekeningen achter de scores vind je in de methodologie.

Waarom beoordeelt het klassement de volledige bedrijfsgroep, en niet enkel de stroomleverancier actief in België?

De vraag die al jaren aan de basis van het Greenpeace-klassement ligt, is “Leidt mijn contract tot extra hernieuwbare productiecapaciteit?” Hiervoor moeten we kijken waar de winst van de leverancier naartoe gaat en waar de investeringsbeslissingen worden genomen. Bij een (multinationale) groep is dat doorgaans op de hoofdzetel. Gezien de evolutie van het energielandschap richting concentratie in grotere groepen met verschillende consumentenmerken die als onafhankelijk in de markt worden gezet, kan dit soms voor verwarring zorgen bij de consument. Zo zijn ook de grootste Belgische leveranciers overgenomen door Europese spelers (Electrabel door Engie; Luminus door EDF; Nuon door ENI; Essent door RWE/Innogy; en recent Lampiris door Total).

Wat betekenen de zonnetjes en het advies van Greenpeace?

Het doel van dit klassement is een duidelijk advies geven over de verschillende leveranciers. Omdat er de laatste jaren ook steeds meer leveranciers actief worden op de Belgische markt, kiezen we ervoor om ze, op basis van hun score, te groeperen in vijf categorieën, die elk een eigen Greenpeace-advies krijgen:

4 zonnetjes: “Sterk aanbevolen”. Deze leveranciers scoren minstens 18 op 20 én zijn lid van Rescoop, de Europese federatie van coöperaties voor hernieuwbare energie en energie-efficiëntie (ook Wase Wind en Energie 2030 voldoen volgens Greenpeace aan de criteria voor burgerparticipatie). Ze voldoen ook aan de voorwaarden voor 3 zonnetjes.

3 zonnetjes: “Aanbevolen”. Deze leveranciers scoren minstens 15 op 20 en krijgen geen rode kaart. Ze halen ook maximaal 5% van hun aankopen of eigen productie uit vervuilende bronnen als nucleaire en kolenenergie.

2 zonnetjes: “Aanvaardbaar”. Deze leveranciers scoren minstens 12 op 20 en krijgen geen rode kaart.

1 zonnetje: “Kan beter”. Deze leveranciers scoren minstens 5 op 20 en krijgen geen rode kaart.

0 zonnetjes: “Afgeraden”. Deze leveranciers scoren minder dan 5 op 20 of krijgen een rode kaart voor investeringen die na de klimaattop in Parijs absoluut niet meer door de beugel kunnen. Deze omvatten investeringen in kernenergie (levensduurverlenging of de bouw van nieuwe reactoren), nieuwe steenkoolcentrales, ontginning van schaliegas of teerzandolie, en olie- en gasboringen op de Noordpool.

 

Wat is er veranderd in vergelijking met het vorige klassement uit 2016?

Voor het eerst nemen we bij de berekening van de scores ook de desinvesteringen uit nucleaire en kolenenergie. Dit betekent concreet dat de definitieve sluiting van een steenkool-, bruinkool-, of kerncentrale een positieve impact heeft op de score (meer bepaald op het onderdeel Investeringen). Willen we de klimaatdoelstellingen van Parijs halen, dan moeten we immers niet alleen de ontwikkeling van hernieuwbare energie opkrikken, maar ook zo snel mogelijk de bestaande vervuilende centrales sluiten. Niet alleen stoten zij een hoop CO2, fijnstof en langlevend afval uit, door hun bijna constante productie blokkeren ze ook introductie van meer flexibele bronnen als zon en wind.

Daarnaast wordt sinds dit jaar het gebruik van biogas uit rioolslib en vergelijkbare bronnen positiever beoordeeld. Het methaangas dat bij vergisting hiervan ontstaat, kan immers beter opgebrand worden om er energie uit te halen, dan het los te laten in de atmosfeer. Methaan is op korte termijn namelijk een veel sterker broeikas dan CO2.

Tot slot bekijken we in deze editie de op de Belgische markt actieve dochters van alle multinationale groepen apart. In het overzicht wordt wel nog steeds de score van de moederbedrijven gehanteerd, maar we maakten alvast de oefening voor het geval de Belgische dochter verkocht zou worden — een kans die bijvoorbeeld in het geval van Electrabel reëel is.

Resultaten

Wat leert het Greenpeace-klassement ons over het energielandschap in België?

De elektriciteitsmarkt is in volle beweging, niet alleen in België maar ook in Europa. Multinationale reuzen als Engie en RWE wenden traag de steven richting hernieuwbare energie en investeren niet langer in vervuilende centrales of sluiten ze zelfs definitief. Na de overname van Lampiris door Total in 2016 is het nu Eneco dat de Belgische klanten van Eni binnenhaalt – maar zelf mogelijks verkocht wordt. En er kwamen twee stroomleveranciers op de particuliere markt bij: Join (by Enovos) en Klinkenberg.

Dit jaar kunnen we maar liefst 7 leveranciers van harte aanbevelen, terwijl 3 andere een aanvaardbare keuze vormen. In Brussel blijft de keuze helaas beperkt, maar overal in België kun je vandaag klant worden bij een leverancier met minstens 2 zonnetjes, die bijdraagt aan meer hernieuwbare energie.

Door te kiezen voor een leveranciers met een goede score in het Greenpeace-klassement stuur je een duidelijk signaal sturen naar de elektriciteitsmarkt – en dit met slechts enkele muisklikken en zonder bijkomende kosten. Samen kunnen we blijven bouwen aan een groenere en meer democratische elektriciteitssector.

Waarom krijgen enkel coöperaties de beste zonnescore?

Coöperaties met inbreng van burgers bieden een interessant alternatief voor grote energiebedrijven: de besluitvorming is er transparanter, ze investeren een groter deel van hun inkomsten in hernieuwbare capaciteit en dankzij de dialoog met omwonenden is er een betere aanvaarding van hernieuwbare energiebronnen. Bovendien kunnen deelnemende burgers zo ook financieel profiteren van de transitie naar een duurzame energietoekomst. Greenpeace gebruikt hiervoor de principes voor onder meer burgerparticipatie die REScoop, de Europese federatie voor hernieuwbare energiecoöperaties op Europees niveau heeft ontwikkeld. Na gesprekken met Wase Wind en Energie 2030 hebben we besloten om ook deze coöperaties het maximum van 4 zonnetjes te geven, ook al zijn ze geen lid van REScoop.

Wat is de impact van de overname van Eni door Eneco?

In juli 2017 voltooide Eneco de overname van de Belgische klanten van Eni (deze leverancier verdwijnt dus binnenkort van de Belgische markt en wordt in deze editie van het klassement niet meer opgenomen). Hiermee wordt Eneco niet alleen de derde grootste stroomleverancier in België, het bedrijf wordt ook voor de uitdaging gesteld om 800.000 nieuwe klanten van echt groene stroom te voorzien. Omdat Eneco slechts 3 windmolens heeft overgenomen van Eni, zal het de komende jaren meer stroom moeten aankopen.

Onder een ‘goed’ scenario koopt Eneco deze elektriciteit rechtstreeks aan bij producenten van hernieuwbare energie. Zijn score verandert dan nauwelijks (17,72/20) en het behoudt ook 3 zonnetjes.
Onder een ‘slecht’ scenario koopt het de elektriciteit ofwel aan bij een producent die verder investeert in kolen- of kernenergie ofwel op de Europese elektriciteitsmarkt, die voor het grootste deel bestaat uit vervuilende energie. In dat geval scoort Eneco nog altijd 15,83/20, maar verliest het een zonnetje doordat de geleverde mix een te groot aandeel kolen- of kernenergie zal bevatten.

We zullen ook aandachtig een tweede mogelijke ontwikkeling volgen. De Nederlandse gemeenten willen immers hun participatie in de groep Eneco verkopen. Afhankelijk van de uiteindelijke overnemer kan dit eventueel een aanzienlijke invloed hebben op de score van Eneco bij de komende beoordelingen.

Waarom is Lampiris zo sterk gedaald in vergelijking met vorige edities?

In de eerste edities van ons klassement scoorde Lampiris vrij goed. In 2016 werd het bedrijf echter overgenomen door het Franse Total, ‘s werelds vierde grootste olie- en gasproducent. Een goede deal voor Total, maar niet voor Lampiris’ plaats in het klassement: door de groepsbenadering vallen de nieuwe investeringen in enkele windmolens in het niet bij de enorme investeringen van Total in fossiele brandstoffen. Bovendien investeert de groep in de ontginning van schaliegas en teerzandolie, en betaalt het Gazprom om te boren op de Noordpool – allemaal rode kaarten waardoor Total/Lampiris vorig jaar in de slechtste groep terechtkwam. Dit jaar zien we dat deze evolutie zich verder zet: het bedrijf produceert amper eigen stroom, koopt een nog groter deel aan op de sterk vervuilde groothandelsmarkt, en investeert niet langer in hernieuwbare productiecapaciteit.

Waarom staan de grootste leveranciers nog altijd onderaan het Greenpeace-klassement?

Ook na de klimaattop in Parijs zien we dat de grote Europese producenten maar traag van koers veranderen. Nochtans hebben we ook hen nodig om het klimaatprobleem aan te pakken. Toch kunnen we vandaag de dag niet langer alle energiereuzen over dezelfde kam scheren. Want terwijl het Franse EDF blijft volharden in de nucleaire boosheid, heeft het Duitse RWE resoluut alle investeringen in vervuilende kolen- en kernenergie stopgezet. Engie verkocht zelfs verschillende steenkoolcentrales en stapte uit een nieuwbouwproject voor kernenergie — hoewel het via Electrabel nog steeds een stevige nucleaire poot heeft.

Maar ook al lijken de meeste energiegroepen intussen te beseffen dat hernieuwbare energie de toekomst is, de energiebronnen uit het verleden vormen nog steeds het overgrote deel van hun productie en investeringen. Wel zien we hoe grotere leveranciers steeds meer energiediensten aanbieden en hun klanten aanzetten om efficiënter om te springen met energie. Dit heeft uiteraard een invloed op de Belgische markt, want Europese spelers als Engie (Electrabel), EDF (Luminus), RWE (Essent) en Total (Lampiris) zijn ook bij ons actief.

Welke leveranciers worden opgenomen in het Greenpeace-klassement?

Om opgenomen te worden in dit klassement moeten stroomleveranciers aan bepaalde voorwaarden voldoen. Zo moeten ze beschikken over een leveranciersvergunning van de Creg en minstens ook leveren aan particulieren. Bovendien moeten er voldoende gegevens beschikbaar zijn om tot een correcte beoordeling te komen. Leveranciers die enkel actief zijn op de zakelijke markt of slechts recent zijn toegetreden tot de consumentenmarkt worden dus niet opgenomen

Krijgt Greenpeace een commissie van de leverancier wanneer ik overstap?

Greenpeace is 100% onafhankelijk en krijgt dus geen enkele commissie of andere financiële vergoeding van de leveranciers in ons klassement – ongeacht hun score. Het klassement is gebaseerd op objectieve cijfers, ook al verkiezen we uiteraard de leveranciers die investeren in echt groene stroom. Voor de vergelijking van de prijzen werken we samen met Energie-vergelijker.be, een door de Creg erkende prijsvergelijker die zijn eigen afspraken heeft met de leveranciers. De resultaten van de prijsvergelijker worden eerst op basis van het Greenpeace-klassement en vervolgens op prijs gerangschikt.